Mei 2009.
“Liefde en leven” met het
Voorhouts Kamerkoor
Van harte
nodigen wij u als Vrienden van het Voorhouts Kamerkoor uit te
komen luisteren naar ons volgende concert “Liefde en Leven” dat gaat
plaatsvinden op woensdag 24 juni in de Kleine Kerk, Dr. Aletta
Jacobslaan 9 te Voorhout. Aanvang: 20.30 uur en de kerk zal vanaf 20.00 uur
open zijn. Het concert zal geheel a capella uitgevoerd worden.
Na het
concert bent u van harte uitgenodigd om samen met het koor een glaasje te
drinken in De Verdieping, Dr. Aletta Jacobslaan 1 te Voorhout.
Op het
programma staan de volgende stukken:
Joseph Rheinberger – Requiem
in es
Huub de Lange – Be near me when my light is low; -
A moonlit Elegy
Jacob Arcadelt – Il bianco e dolce cigno -
Sapet’ amanti
Orlando di Lasso
– Ich weiss mir ein Meidlein -
O cchi manza mia
Willian Byrd –
While that the sun (kwartet)
John Dowland –
Come again -
If my complaints could passions move
Cole Porter - Let’s
do it. (kwartet)
(arr. David Blackwell)
Samuel
Barber – The coolin
Graag
verwelkomen wij u bij dit concert op woensdagavond 24 juni in de kleine kerk in Voorhout.
Als
Vrienden van het Voorhouts Kamerkoor maakt u het ons mede mogelijk concerten
van niveau in Voorhout en omgeving te geven. Hiermee draagt u bij aan een
sprankelend cultureel klimaat in de Duin- en Bollenstreek, en wij zijn erg blij
met uw steun!
Liefde
en leven
Het zomerconcert van het Voorhouts Kamerkoor heeft
als thema liefde en leven. Een onvermijdelijk onderdeel van het leven is het
einde daarvan. Een belangrijk deel van het concert wordt gevormd door het thema
levenseinde. Daarna volgen liefdesliederen uit verschillende eeuwen en
stijlperiodes.
we zingen een tamelijk onbekende, maar heel prettig
in het gehoor klinkend requiem: het Requiem
in es van Joseph Rheinberger,
de 19 de eeuwse componist uit Liechtenstein (1839-1901), die veel
muziek schreef, die ten onrechte weinig werd uitgevoerd. Naast veel stukken
voor orgel schreef hij 12 missen en een Stabat Mater, dat we u al eerder hebben
laten horen. Op zijn zevende jaar was hij al organist aan de parochiekerk van
zijn geboorteplaats Valduz. Toen hij 8 was schreef hij een driestemmige mis.
Hij trok naar München voor zijn opleiding en werd daar later docent aan het
Conservatorium. Vervolgens kreeg hij een aanstelling als “répétiteur” van het
Court Theatre. Zijn muziek behoort tot de Romantiek en wordt gekenmerkt door
zoetvloeiende melodieën en harmonieën.
Een bekende Amerikaanse componist is Samuel
Barber (1910-1981) van
Iers -Amerikaanse afkomst. Muziek bepaalde van jongs af aan zijn leven.
Veelbetekenend is daarom het volgende citaat van de componist:
“How awful that the artist has become nothing but the
after dinner mint of society”.
Bekend is hij vooral door zijn Adagio voor
strijkers, dat oorspronkelijk het langzame deel van zijn strijkkwartet was. Ook
hij schreef, net als Rheinberger, zijn eerste compositie op zevenjarige
leeftijd. Zijn eerste opera schreef hij toen hij 10 was. Twee jaar later werd
hij organist en vervolgens ging hij naar
het Curtis Institute for Music in Philadelphia (Pennsylvania). Hij studeerde
piano, zang en compositie. Daar leerde hij Gian Carlo Menotti kennen, die zijn
leven lang zijn partner bleef. Samuel kon goed zingen (er zijn plaatopnamen
van). Verschillende bekende musici gaven hem opdrachten of voerden zijn werken
uit: Vladimir Horowitz, Francis Poulenc en Dietrich Fischer Diskau.
Barber schreef drie liederen onder de naam
“Reincarnations” op teksten van de Ierse dichter James Stephens.
Wij zingen het derde liefdeslied met de titel: The
Coolin.
Kom bij
me, onder mijn jas,
En we
zullen ons tegoed doen
Aan de
melk van de witte geit,
Of aan
wijn als jij dat wil,
En we
zullen praten, tot
we
genoeg hebben gepraat
buiten
onder aan de heuvel;
en er
niets anders meer te doen is
dan een
oog dat een ander oog aankijkt,
en een
hand die uit een hand glijd;
en een
zucht die antwoord op een zucht;
en een
lip die een lip zoekt!
Wat als
de nacht zwart zal zijn!
Of de
lucht op de berg kil!
Waar de
geit neerligt op haar pad,
En
alles is er nog behalve de schuur!
Blijf
bij me, onder mijn jas!
En we
zullen veel drinken
Van de
melk van de witte geit,
Buiten
bij de heuvel!
In Dowlands tijd (eind zestiende eeuw) was melancholische
muziek in Engeland erg in zwang. Hij was een tijdgenoot van Sweelinck en
Shakespeare en een van de weinige Engelse componisten die bekendheid kregen
buiten Engeland.
Hij begon zijn carrière re bij de Engelse ambassade
in Parijs, verbleef een tijd aan het hof in Kassel en kwam later in dienst van
de koning van Denemarken. Tevergeefs probeerde hij een aanstelling te krijgen
als luitspeler aan het Engelse hof bij koningin Elisabeth. Het koor zingt
een tweetal liederen van John Dowland: “If my complaints could passions move” en
“Come again: Sweet love doth now invite”.
De beroemdste componist uit de tijd van Elisabeth
was William
Byrd. Samen met zijn leermeester Thomas Tallis publiceerde hij 34
motetten, de Cantiones Sacrae, die zij opdroegen aan de koningin. Zijn leven
lang bleef hij Renaissance componist, hoewel in de zeventiende eeuw de
vroeg-barok al zijn intrede deed. Een kwartet uit het Kamerkoor zingt voor u
“While that the sun”.
Verder zingen we van Jacob Arcadelt,
twee madrigalen. Arcadelt werd waarschijnlijk rond 1506 in Luik geboren, maar
werd vooral bekend in Italië. Eerst in Florence, waar hij teksten van Lorenzo
de Medici (Il magnifico!) op muziek zette en later in Rome waar hij door paus
Paulus III tot kapelmeester van de Sixtijnse kapel werd benoemd. Da Palestrina
werd zijn opvolger. Zijn muziek behoort tot de “musica reservata”, waarin de
volmaaktheid werd nagestreefd. De stijl van Arcadelt is verfijnd, melodieus en
eenvoudig. Zijn bekendste madrigaal is “Il bianco e dolce cigno” (de witte en
zoete zwaan), dat uitblinkt door heldere frasering, verstandig gebruik van de
herhaling en het voortreffelijk zingbare karakter.
Als tweede madrigaal van hem zingen we
“Sapet’amanti”
Dan komen we bij Orlando di Lasso
Lassus werd
beschouwd als de meest productieve componist van zijn generatie. Deze Belgische
Orpheus werd door tijdgenoten boven alle andere componisten verheven.
Van hem
zingen we twee liefdesliedjes: “Ich weisz mir ein Meidlein” en het bekende “O
occhi manza mia”.
Van het
20 ste eeuwse koorrepertoire hebben we gekozen voor geheel andere
klanken.
Allereerst
een jazzy stuk, een koorbewerking van Cole Porters “Let’s do it ”,
door David Blackwell.:
It’s nature, that’s all. Simply telling us to fall in love.
And thats why birds do it, bees do it, even educated fleas do it, let’s do it,
let’s fall in love.
Tot slot de
Nederlandse componist Huub de Lange.
Huub de
Lange (1955- )
Halverwege
zijn studie musicologie in Utrecht werd een aantal van zijn liedjes opgenomen
door de popgroep de Mo, die hij samen met zijn broer Clemens had opgericht. Op
zijn website staat een groot aantal van zijn composities, die als MP3 te
beluisteren zijn.
Wij zingen “Be near me when my light is low” en “A
moonlit elegy”.
Twee 4
stemmige bewerkingen van gedichten van de
Engelse Lord Alfred Tennyson (1809-1892).
Wij wensen u heel veel
luisterplezier!